item1a1a
item1b1
item3a1
Waar
welkom5a
welkom5a1
welkom5a2
welkom5a3
welkom5a4
welkom5a5
welkom
Auteur
Bestellen
Sponsors
Doel
BLOG

woensdag 12 december 2012

Lekker, hé, hé, lekker

Ik zit een week lang op de hei met een aantal Nederlanders (spreek uit Neiderlanders) en mijn taalgevoel is volledig in de soep gedraaid. Het zijn echt aardige en heel lieve mensen, maar ze spreken toch helemaal anders dan wij. Alle Taalunie-inspanningen ten spijt, het Nederlands en het Vlaams zijn heel ver uit elkaar gegroeid. Zozeer dat ik me erg onzeker in mijn Gemeenzame Vlaamse Omgangstaal ben gaan voelen, en een aantal van hun uitdrukkingen ben gaan overnemen.

Ik zie nu ook dat het allemaal zeg maar tussen de oren zit’, dat ‘het helemaal hard knokken met jezelf is, dat ‘je een geschenk kan zijn voor jezelf en voor de andere, en dat ‘je het vooral moet hérkennen voor je er lekker mee aan de slag kan. Dan pas kan het helemaal zeg maar de goeie kant opgaan. Een opvallende nieuwigheid is het woord ‘heftig’. Veel is ineens heftig geworden: een heftige werksessie, een heftige auto (Lexus 4X4), heftige emoties, een heftig boek (Sprakeloos van Lanoye).

Waar ik me, als enige Belg in een gezelschap van 18 Nederlanders, voor probeer te hoeden is, is de overgangs -n voor een klinker die zo on-ABN klinkt: ‘mijnen auto staat plat’, ‘den andere kent er niks van’, ‘den André moet nog komen’, enzoverder. Ik probeer de eind-t ook volledig uit te spreken ‘ik heb hem niet gezien’, in plaats van het natuurlijke ‘nie gezien’. Kiezen of liever switchen tussen ge en je is ook niet eenvoudig (zeg niet nie simpel). Als de Bataven vragen hoe het komt dat ik zo koddig en zo gezellig spreek, en hun blijdschap uitdrukken dat ik als enige niet lijd aan de keelziekte die Hollands heet, dan verwijs ik steeds naar VTM. De komst van de Vlaamse Commerciële televisie heeft ons weggevoerd van het Nederlands van Mies Bouwman en Berend Boudewijn en Wim Sonneveld, en heeft ons genoegen laten nemen met het gebazel van Bompa Lawijt, de schelle klanken van de familie Backeljauw, en het getoeter van Piet Huysentruit.

Merkwaardig genoeg word ik door mijn Nederlandse vrienden geregeld met U aangesproken, waarschijnlijk omdat ze onze U verwarren met een beleefdheidsvorm. ‘Ik heb u gezien’ is eigenlijk hetzelfde als ‘ik heb jou gezien’. Sommigen wagen zich aan het ge-voornaamwoord, en proberen dan ook een zachte tongpunt r te maken in plaats van hun normale grommende keel-r die eigenlijk een eu is. ‘Ge rrraakt daar iets errgs aan’. Klinkt wel grappig.

Het meest onwezenlijke woord, dat minstens duizend keer per dag gebruikt wordt, is lekker. Lekker wandelen, lekker douchen, lekker praten, lekker lezen, lekker dicht bij jezelf zijn, lekker knuffelen. Lekker eten is er niet bij, lekker drinken ook niet. Wij Vlamingen gebruiken lekker alleen wanneer het smaakzintuig erbij betrokken is: een lekkere steak en een lekker glas wijn. Bij de Nederlanders kan elke ervaring, en kan elk zintuig van het predikaat lekker voorzien worden: een lekkere trektocht, een lekker stukje muziek, enzoverder. Wij zouden zeggen: een toffe trektocht, een mooi stukje muziek.

Dat brengt mij tot een heel belangrijke vraag: is de Nederlander meer bekwaam om van het leven te genieten dan wij? Is het leven voor hem een echt Lekkerland, waar wij ons moeizaam voortslepen en tenauwernood het doffe tof kunnen uitbrengen als we iets fantastisch meemaken? Of is dat dwangmatige lekker een averechtse reactie op eeuwenlange calvinistische pilaarbijterij en protenstantse boete-ellende? ‘Het leven was lijden, als je danste een heiden, als je lachte te luchtig als je danste ontuchtig’, zoals Robert Long zo mooi zong.

Een van de deelnemers kwam terug van de douche en hij mompelde gedachteloos voor zich uit: Zo, hé, hé, lekker. Op het tempo van zijn sloefende pantoffels. Hij klonk echt content. Ik was oprecht blij voor hem.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

REISVERHALEN | JAN FLAMEND
HOME